Als kind was ik altijd erg goed in ruimte innemen. Ik was lid van een jeugdtheater, stond graag op het podium en sleurde mijn klasgenootjes maar al te graag mee in de nieuwste dansjes en toneelstukjes.
Zowel thuis als in de klas kon ik goed aangeven wat ik wilde, of hoe ik vond dat iets moest gaan. Ik voelde mij in deze situatie dan ook de aangewezen persoon om de leiding op mij te nemen, anderen vonden mij gewoon bazig.
Ik was misschien niet altijd luid en aanwezig, maar ik was een creatief kind en voelde me altijd vrij om mezelf te zijn.
Tijdens mijn middelbareschooltijd stootte ik snel mijn neus tegen deze vrijheid. Ik merkte dat mijn klasgenootjes mij helemaal niet zo leuk vonden als ik altijd was geweest. En zo stapte ik langzaam uit mijn unieke ik.
Daarna volgde een lange periode waarin ik mezelf probeerde te vormen tot het perfecte stukje klei dat zou passen in de mal van de populaire tiener.
Spoiler alert: dat leverde me niks op, eigenlijk werkte het zelfs averechts.
Op mijn 15e ontwikkelde ik een angststoornis, hierdoor durfde ik een jaar lang mijn slaapkamer nauwelijks uit te komen. Ik verloor in deze tijd contact met mijn ouders, mijn vrienden, ging niet meer naar school en had een rechtszaak tegen mij lopen wegens leerplicht verzuim.
Ik voelde me in het nauw gedreven en kwam in een depressie terecht.
Dit jaar had ik besloten dat ik weer wilde leren om meer ruimte in te nemen. Tijdens een opleiding voor persoonlijke ontwikkeling kwam ik erachter dat ik eigenlijk niet eens wist wat ruimte innemen precies betekent: een mooi doel voor mijn modelleeropdracht.
Ik had bedacht dat ruimte innemen gelijk staat aan groots zijn, zowel alleen als met anderen achter mijn eigen keuzes durven te staan, mezelf laten horen in groepen en aanwezig op de voorgrond staan.
Toen ik me eenmaal bewust was van deze betekenis, kon ik het gelijk gaan toepassen, toch?
Nou niet helemaal. Ik ergerde me constant tijdens de opleiding aan het feit dat ik op de achtergrond bleef verdwijnen, dat ik niet de spotlight pakte waarvan ik wist dat het gelijk stond aan ruimte innemen en aan mijn doel.
Dit maakte mij nieuwsgierig. Ik wilde weten hoe andere mensen dat doen, dus ben ik twee mensen gaan modelleren waarvan ik vind dat zij dat goed doen. Een persoon die als het ware met de ruimte-deur in huis komt vallen en de andere die nooit het hardste roept maar wel altijd helemaal aanwezig is qua energie.
Na deze gesprekken kwam ik er achter dat ruimte innemen eigenlijk op veel verschillende manieren kan. Het gaat er niet altijd om dat je luid en aanwezig bent. Ruimte innemen kan ook betekenen: bij jezelf blijven, ruimte delen met een ander, jezelf even uit een situatie verwijderen of juist erin zetten.
Kortom ruimte innemen heeft niet één betekenis.
Ik heb in ieder geval geleerd dat ruimte innemen voor mij betekent dat ik er evenveel mag zijn als een ander, en de ander ook evenveel mag zijn als ik. Hoewel ik nog steeds graag iets meer van mezelf zou willen laten horen, kan ik nu ook bewust kiezen om dat niet te doen.
Ik ben me er in ieder geval meer bewust van hoe ik mijn doel kan bereiken, en wat een tof doel om naartoe te werken, want het gaat helemaal over mij!

